Slapen in een middeleeuws kasteel, ontbijten in een eeuwenoud klooster of ontspannen in een vorstelijk paleis, maar dan wel met de luxe en het comfort van nu. Klinkt als een onbetaalbare droom? Welkom in de wereld van de Paradores. Spanje staat er vol mee, en ze zijn verrassend toegankelijk geworden.
Tekst: Petronella van Mullekom
Foto’s: Inge van Poppel, Paradores, Petronella van Mullekom
Tegenwoordig vind je ze in elke regio: Paradores (letterlijk vertaald: stopplaatsen). Het zijn staatshotels die meestal gevestigd zijn in zorgvuldig gerestaureerde historische gebouwen zoals kloosters, paleizen of kastelen. Maar er zijn ook moderne Paradores, op bijzondere locaties zoals in natuurgebieden of aan de kust. Lange tijd waren ze bijna onbetaalbaar, maar inmiddels zijn de prijzen vergelijkbaar met andere 3-, 4- of 5-sterrenhotels in Spanje.
Koning had een doel
De eerste Parador werd in 1928 geopend in de Sierra de Gredos (provincie Ávila), een plek die koning Alfonso XIII destijds persoonlijk had uitgekozen. Van hem was ook het initiatief voor deze staatshotels. Het doel was ambitieus: historisch erfgoed redden van de ondergang: veel bijzondere gebouwen stonden leeg of waren in verval geraakt. Tegelijkertijd kon dan het toerisme naar onbekende regio’s worden gestimuleerd en kreeg het imago van Spanje als toeristische bestemming een boost. En de koning zag nog een voordeel: de restaurants van de Paradores konden reizigers trakteren op de authentieke lokale keuken.
De inrichting van de Paradores was lange tijd nogal traditioneel met zware, klassieke Spaanse meubels die eigenlijk al tijden uit de mode waren. Maar tegenwoordig zie je steeds vaker een verrassende mix van klassiek en modern. Veel gebouwen van de eerste generatie Paradores zijn de laatste jaren opnieuw gerenoveerd, zowel van binnen als van buiten.
Ambtenaren in een staatsbedrijf
Door de jaren heen heb ik veel Paradores bezocht. Soms alleen om een kopje koffie te drinken op het terras of een hapje te eten, andere keren om er te overnachten. En dan valt me vaak iets op: hoewel de paradores inmiddels commercieel opereren, is het nog altijd een staatsbedrijf. En dat zorgt soms voor bijzondere situaties. Zo was een Vlaamse groep die afgelopen maand een Paradores-reis maakte door de regio’s Castilla & León en Extremadura duidelijk verbaasd dat het personeel in de Paradores zich geregeld gedroeg als ‘Spaanse ambtenaren’. Dat wil zeggen: niet flexibel, klantgericht of oplossend, maar direct “no” antwoorden op simpele verzoeken die in elk ander hotel geen probleem zouden zijn.
“Er is bij het personeel geen flexibiliteit in de ontbijturen en extra drankjes bestellen bleek een stressfactor voor de obers te zijn”, geeft een van de Vlaamse gasten als voorbeeld. Een oudere reisgenote vult aan: “Bij mij werkte de douche niet en toen werd er gezegd dat ik maar in bad moest gaan liggen.” De vaste werknemers van de Paradores hebben inderdaad de status van ambtenaar en dat betekent in Spanje dat ze ook niet ontslagen kunnen worden.
Moeilijke tijden
Dat het concept niet altijd zonder slag of stoot overeind bleef, bleek tijdens de economische crisis tussen 2008 en 2011. De keten leed miljoenenverliezen en de Spaanse regering overwoog serieus de keten te verkopen om begrotingstekorten te dichten. Uiteindelijk is dit om verschillende redenen niet doorgegaan. Er werd besloten een ingrijpende reorganisatie, modernisering en kostenbesparing door te voeren. Inmiddels is de keten alweer jarenlang winstgevend en komen er elk jaar een of meerdere hotels bij.
Oases van rust
Veel Paradores die in oude kloosters en paleizen zijn gevestigd hebben nog originele kloostergangen en binnenplaatsen. Oases van rust die nu dienstdoen als tuin, terras of restaurant. Zo is de Parador van Ávila gevestigd in een 16e-eeuws adellijk paleis dat binnen de 11e-eeuwse stadsmuren ligt. In deze hoogstgelegen Spaanse provinciehoofdstad zijn de winters bar koud, en daarom werd de binnenplaats overdekt met een glazen dak zodat je er het hele jaar van kunt genieten.
In gebieden met een warmer klimaat zijn de patios het hele jaar door het kloppende hart van de Parador, met schaduwrijke binnenplaatsen zoals die van Mérida en Guadalupe. Nu we het toch over Extremadura hebben, wil ik meteen mijn drie favoriete Paradores in dit gebied noemen.
Om te beginnen Plasencia, waar de Parador gevestigd is een enorm complex, bestaande uit een 15e-eeuws klooster, kerk en een adellijk paleis. Plasencia is onbekend bij het grote publiek en je ziet er nauwelijks toeristen, terwijl het wel een indrukwekkend historisch centrum heeft. De enorme afmetingen van het klooster en de dikke muren maken dat je flinke afstanden aflegt door de kloostergangen en je regelmatig de weg kwijt bent. Het ontbijt en diner worden gereserveerd in de nog originele refter. Hier voelt een verblijf als een reis door de tijd. Gelukkig zijn de badkamers wel splinternieuw.
Ook de Parador van Trujillo is een van mijn favorieten. Dit is een 16e-eeuws Franciscanenklooster, niet ver van de Plaza Mayor. In deze stad stond de wieg van één van de bekendste conquistadores, Francisco Pizarro. Zijn enorme ruiterstandbeeld is dan ook het eerste wat opvalt op het plein. Trujillo ademt nog de sfeer uit zijn tijd. Het interieur van het klooster is hier juist licht gehouden en op zomeravonden dineer je er op de binnenplaats.
Tenslotte nog de unieke Parador van Jarandilla de la Vera, een 16e-eeuws versterkt paleis dat in een prachtige vallei ligt. De beroemdste gast hier was keizer Karel V (Carlos I van Spanje), die er in de 16e eeuw een paar jaar verbleef na zijn troonsafstand. Op de binnenplaats is een unieke gotische galerij van twee verdiepingen. De interieurs zijn een geslaagde mix van klassiek en modern. Hier ontmoette ik een interieurarchitecte uit Breda die er een hele fotoreportage maakte en volop inspiratie opdeed voor toekomstige projecten.
Griezelen met spoken
Van een aantal Paradores wordt beweerd dat er af en toe paranormale verschijnselen plaatsvinden in bepaalde kamers. Die zouden verband houden met gebeurtenissen die zich hier in het verleden hebben afgespeeld. Voorbeelden zijn de Paradores van Cardona, Sigüenza, Jaén, Limpias, Almagro en Oropesa.
Deze laatste (in de provincie Toledo en de op een na oudste van het land), lag vorige maand op mijn route. In dit voormalige kasteel zou de geest van ‘La Dama’ rondwaren, een goedaardige witte verschijning die gasten ’s nachts wel eens streelt. Helaas heb ik dit niet aan den lijve kunnen ondervinden, want deze Parador wordt nu grondig gerenoveerd en hij zal pas eind dit jaar weer opengaan.
Maar er zijn ook Paradores die zelf een schepje boven op de mythes doen, zoals die van Cangas (Asturias), gevestigd in een abdij uit de 8e eeuw. Hier kun je bij je overnachting een activiteit boeken die ‘Un misterio en la abadía’ heet. De geheimzinnige Benedictijnse monnik die je ’s avonds door het gebouw voert om een zojuist gepleegde moord op te lossen, is een amateur-acteur die hieraan een leuke bijverdienste heeft.
Beste uitzicht inbegrepen
In eerste instantie kies je waarschijnlijk eerder voor een historische Parador om er de nacht door te brengen, maar er zijn een paar moderne Paradores die juist de moeite waard zijn vanwege het unieke uitzicht op historische steden. Zoals die van Salamanca. Deze ligt aan de overkant van de rivier de Tormes en geeft vanuit het terras, de tuinen, de lobby en een paar kamers een prachtig uitzicht op het historische centrum dat op loopafstand ligt.
De Parador van Toledo ligt op een heuvel aan de overkant van de rivier de Taag. Hier kijk je vanuit het enorme terras en de eetzaal (plus een aantal kamers) uit over het hele historische centrum en de kronkelende loop van de rivier. Hier is het uitzicht vooral ’s avonds als alle monumenten verlicht zijn adembenemend.
De Parador van Ronda ligt direct naast de brug (Puente Nuevo) over de spectaculaire kloof. Een soortgelijke ligging heeft de Parador van Cuenca, het 16e-eeuwse klooster San Pablo dat direct aan de kloof van de Hoz del Huécar ligt.
Beroemde Paradores
De beroemdste Parador is waarschijnlijk die van Santiago de Compostela, het voormalige Hostal dos Reis Católicos, dat aan het Praza do Obradoiro ligt, direct tegenover de kathedraal. Het einddoel van alle Camino-gangers. Het werd opgericht als pelgrimshotel in 1499 en wordt beschouwd als het allereerste hotel in Spanje. Ook de Parador van Granada staat bij veel mensen hoog op de lijst vanwege de unieke ligging binnen de muren van het Alhambra. Vanuit je hotelkamer stap je zo de Moorse geschiedenis in.
De Parador van León heeft de mooiste Renaissance-gevel en is gevestigd in het voormalige Hostal de San Marcos. Die van Cardona (Catalunya) is een gigantisch 9e-eeuws kasteel dat rechtstreeks uit een aflevering van Game of Thrones lijkt te komen.
Meer dan honderd
Begin dit jaar werd Parador nummer 99 geopend op Ibiza. In het historische hart van de hoofdstad, ligt binnen de muren van het voormalige Castillo de la Almudaina de parador met een uniek uitzicht over de haven en de stad. Verder staan nieuwe Paradores op het programma in het klooster van Veruela (Zaragoza) en in het voormalige gebouw van de Banco de España in Tarragona. Dat zou dus voor 2028, als de keten honderd jaar bestaat, een totaal van 102 Paradores betekenen. Ik heb er nog een paar op mijn bucketlist staan!










